Hoe wordt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding bepaald?
Uitleg over de rechtsplegingsvergoeding in België: artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, Koninklijk Besluit, berekeningswijzen, indexatie en actuele bedragen.
Hoe wordt het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding bepaald?
De rechter stelt de hoogte van de rechtsplegingsvergoeding vast op basis van een lijst met bedragen die door de overheid is opgesteld. Die lijst bestaat uit drie categorieën:
- Een basisbedrag: Het standaardbedrag dat als uitgangspunt dient. Dit is het bedrag dat de rechter in de meeste gevallen zal toekennen.
- Een minimumbedrag: In bepaalde omstandigheden kan de rechter beslissen dit lagere bedrag toe te kennen.
- Een maximumbedrag: In andere gevallen kan de rechter oordelen dat een hoger bedrag aangewezen is.
De keuze tussen deze bedragen is ter beoordeling van de rechter. Het basisbedrag geldt als principe: slechts bij uitzondering, en mits uitdrukkelijke motivering, kan de rechter afwijken naar het minimum- of maximumbedrag.
Artikel 1022, derde lid van het Gerechtelijk Wetboek somt de vier criteria op die de rechter bij die afweging moet hanteren:
- De financiële draagkracht van de verliezende partij: een lager bedrag kan worden toegekend als de verliezende partij dit aantoonbaar financieel niet kan dragen.
- De complexiteit van de zaak: een bijzonder ingewikkelde zaak kan een hogere vergoeding rechtvaardigen.
- De contractueel bedongen vergoedingen voor de winnende partij: als de winnende partij op basis van een overeenkomst recht heeft op een hogere advocatenvergoeding, kan dit een rol spelen.
- Het kennelijk onredelijk karakter van de situatie: als een vordering of verweer manifest onredelijk was, kan de rechter dit meewegen bij de keuze van het bedrag.
Het is belangrijk om te weten dat een partij niet zomaar kan vragen om het maximumbedrag. Zij moet aantonen dat de zaak uitzonderlijk complex was of dat er een andere wettige reden is om af te wijken van het basisbedrag. De rechter zal in zijn/haar uitspraak motiveren waarom een bepaald bedrag is gekozen.
De bedragen van de rechtsplegingsvergoeding hangen ook af van het soort vordering (in geld waardeerbaar of niet) en van de hoogte van het gevorderde bedrag. Hoe hoger het in het geding betrokken bedrag, hoe hoger de RPV-schijf. Voor vorderingen die niet in geld kunnen worden uitgedrukt — zoals vorderingen tot staking van een gedraging of tot afgifte van een zaak — gelden vaste forfaitaire bedragen.
Fout gevonden of een suggestie?
Deze informatie wordt met zorg bijgehouden, maar wetgeving verandert. Hebt u een onnauwkeurigheid opgemerkt of een suggestie om deze pagina te verbeteren? Laat het me weten via pieterjan@scheir.eu.