Specifieke situaties: zaak niet op de rol en geregeld vóór inleiding

Uitleg over de rechtsplegingsvergoeding in België: artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, Koninklijk Besluit, berekeningswijzen, indexatie en actuele bedragen.

Specifieke situaties: zaak niet op de rol en geregeld vóór inleiding

Specifieke situaties en hoe onze tool ze verwerkt

Onze tool berekent niet alleen de standaard rechtsplegingsvergoeding, maar houdt ook rekening met bijzondere situaties. Voor elke berekening toont de tool vijf belangrijke bedragen:

  1. Minimumbedrag
  2. Basisbedrag
  3. Maximumbedrag
  4. Bedrag indien de verweerder de vordering vóór de inschrijving op de rol inwilligt en betaalt
  5. Bedrag indien de verweerder de vordering na de inschrijving op de rol inwilligt en betaalt

Om deze bedragen te begrijpen, is het nuttig om te weten hoe een gerechtelijke procedure verloopt. Vaak begint het met een dagvaarding, een officieel document dat aankondigt dat een gerechtelijke procedure start. De dagvaarding is doorslaggevend, omdat ze grotendeels bepaalt welk tarief van toepassing is.

Vordering ingewilligd vóór de inschrijving op de rol

  • Als de verweerder de vordering inwilligt en de hoofdsom, interesten en kosten betaalt vóór de zaak op de rol is ingeschreven, is geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd (€ 0,00).
  • De 'rol' is een officieel register bij de rechtbank. Als uw zaak hierin is opgenomen, is de zaak officieel gestart.
  • De gerechtsdeurwaarder dient de betekende dagvaarding in bij de rechtbank, die de zaak vervolgens op de rol plaatst.

Vordering ingewilligd na de inschrijving op de rol

  • Willigt de verweerder de vordering pas in nadat de zaak op de rol is ingeschreven, en betaalt hij de hoofdsom, interesten en kosten, dan geldt een verminderd bedrag.
  • In dat geval bedraagt de rechtsplegingsvergoeding 1/4 van het basisbedrag, met een maximum van € 1.000,00.
  • Dat maximum van € 1.000,00 is wettelijk vastgelegd en wordt niet geïndexeerd, ook al worden andere bedragen wel geïndexeerd.

Het gaat hier niet om een minnelijke schikking en ook niet om de datum van de eerste zitting. Beslissend is dat de verweerder de vordering volledig inwilligt en zijn verbintenissen in hoofdsom, interesten en kosten nakomt, en of dat vóór of na de inschrijving op de rol gebeurt (artikel 1 van het KB van 26 oktober 2007). Die regel geldt ook voor de gedaagde in hoger beroep.

Meer informatie over de rol en de inleiding vindt u in het Gerechtelijk Wetboek, bijvoorbeeld in artikel 700 (inleiding) en artikel 711 (rol).

Deze regeling beloont een verweerder die snel betaalt: wie de vordering inwilligt vóór de inschrijving op de rol, is geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd; wie dat pas daarna doet, betaalt een verminderd bedrag. Zo worden partijen aangemoedigd om een geschil te beëindigen zonder dat de rechter het ten gronde moet beslechten.

Fout gevonden of een suggestie?

Deze informatie wordt met zorg bijgehouden, maar wetgeving verandert. Hebt u een onnauwkeurigheid opgemerkt of een suggestie om deze pagina te verbeteren? Laat het me weten via pieterjan@scheir.eu.

Stuur feedback
Ga naar de calculator