Wettelijke basis: artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en Koninklijk Besluit
Uitleg over de rechtsplegingsvergoeding in België: artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, Koninklijk Besluit, berekeningswijzen, indexatie en actuele bedragen.
Wettelijke basis: artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek en Koninklijk Besluit
De belangrijkste wettelijke bepalingen over de rechtsplegingsvergoeding zijn:
- Artikel 1022 van het Gerechtelijk Wetboek: de basisprincipes van de rechtsplegingsvergoeding.Meer info
- Het Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007, gewijzigd door het KB van 16 mei 2024 (BS 5 juni 2024): dit KB legt de specifieke bedragen en toepassingsregels vast.Meer info
U kunt deze teksten raadplegen op de officiële website van de Belgische wetgeving.
Artikel 1022 GW bepaalt onder meer dat de rechtsplegingsvergoeding van rechtswege toebehoort aan de in het gelijk gestelde partij, als een forfaitaire tegemoetkoming in haar advocaatkosten. Het artikel somt ook de criteria op die de rechter moet afwegen om al dan niet af te wijken van het basisbedrag (zie sectie 2). Belangrijk: de rechter kan de vergoeding niet volledig weigeren tenzij de wet daarin uitdrukkelijk voorziet — dit in tegenstelling tot de vroegere situatie waarbij de rechter volledig vrij was.
De tarieven in het KB zijn niet voor alle rechtbanken identiek. Er bestaan afzonderlijke schijven voor het algemene tarief (vrederechter, politierechtbank, rechtbank eerste aanleg, ondernemingsrechtbank, hof van beroep, enz.) en een ander berekeningsschema voor arbeidsgerelateerde procedures (arbeidsrechtbank en arbeidshof). Deze opdeling weerspiegelt de verschillende aard van de zaken die voor elk type rechtbank worden behandeld.
Fout gevonden of een suggestie?
Deze informatie wordt met zorg bijgehouden, maar wetgeving verandert. Hebt u een onnauwkeurigheid opgemerkt of een suggestie om deze pagina te verbeteren? Laat het me weten via pieterjan@scheir.eu.