Wat is de rechtsplegingsvergoeding bij een verstekvonnis?
Uitleg over de rechtsplegingsvergoeding in België: artikel 1022 Gerechtelijk Wetboek, Koninklijk Besluit, berekeningswijzen, indexatie en actuele bedragen.
Wat is de rechtsplegingsvergoeding bij een verstekvonnis?
Bij verstek wordt het minimumbedrag toegekend — niet het basisbedrag.
Artikel 1022, zevende lid van het Gerechtelijk Wetboek bevat een uitdrukkelijke regel voor verstekvonnissen: wanneer de verliezende partij nooit is verschenen in de procedure, wordt de rechtsplegingsvergoeding vastgesteld op het wettelijk minimumbedrag in plaats van het basisbedrag.
De reden is dat de winnende partij tegenover een niet-verschenen tegenpartij minder procedurele inspanning heeft geleverd — minder zittingen, geen uitwisseling van conclusies — en het onevenredig zou zijn het volledige basisbedrag toe te kennen.
Als de verliezende partij nadien verzet aantekent en de zaak wordt heropend, wordt het verstekvonnis tenietgedaan en lopen de procedure verder als vanuit het begin. Vanaf dat moment gelden de normale regels en tarieven, en wordt aan het einde een nieuwe rechtsplegingsvergoeding vastgesteld.
Fout gevonden of een suggestie?
Deze informatie wordt met zorg bijgehouden, maar wetgeving verandert. Hebt u een onnauwkeurigheid opgemerkt of een suggestie om deze pagina te verbeteren? Laat het me weten via pieterjan@scheir.eu.